De zouttekeningen bevatten uiteenlopende decoratieve patronen. De motieven hiervoor ontleent Aris aan diverse bronnen uit zowel heden als verleden, zoals formele tuinen uit de late Renaissance en vroege Barok, vloerlabyrinthen uit Franse kathedralen, Arabische teksten uit de middeleeuwen en hedendaagse patroon reeksen.
De zouttekeningen worden op gegalvaniseerde ijzerplaten gemaakt. Er wordt een dunne, hechtende deklaag op de plaat aangebracht, waarop Aris de patronen aanbrengt. Het zout trekt vocht aan, kristalliseert en bijt zich vast in de onderliggende ijzerplaat. Het vocht verrijkt het werk met kleur en een interessante structuur.
Door de motieven ademen zijn zouttekeningen een sfeer van maakbaarheid uit, welke door het proces van kristallatie en roest wordt aangetast. Daarmee creëert Aris in zijn werk een voortdurende spanning tussen de maakbaarheid en vergankelijkheid van het alledaagse leven.









